![]()
Acteur en intimiteit.
Veel beroepen kennen een beroepsziekte. Mijnwerkers krijgen stoflongen. Stratenmakers een slechte rug. Kantoorpersoneel RSI. Laboranten smetvrees. Prostituees geslachtsziekten. Ook acteurs hebben zoiets. Je zou het intimiteitsfetisj kunnen noemen. Hoe zit dat?
Ik ga u niet vermoeien met een technische uitleg; ik wil helemaal niet pretenderen dat ik er verstand van heb, bovendien kun je betwisten of dit hele verhaal geloofwaardig is uit mijn mond, want tenslotte ben ik zelf een actrice! Eén die hier over haar eigen soort uit de school klapt. Foei.
Ik herinner mij een gezette, zweterige acteur die bij binnenkomst op de eerste lezing van een zeer wazige locatievoorstelling (je gaat dan niet in een theater, maar op een zo onhandig mogelijke plek zitten, bv in een onverwarmde voormalige visafslag, in januari) letterlijk over mij heen liep ( dikke enkel tot en met de première). Maar nadat hij had gehoord dat ik zijn love interest ging spelen gooide hij het onmiddellijk over een andere boeg. Opeens bezag hij me met omfloerste blik, liet zijn schelle stem dalen naar warmere regionen en ‘kende mij opeens ergens van’.
Tijdens het stuk moesten wij samen op onze opkomst wachten achter een vrij smalle pilaar.
Daar wilde hij mijn zere enkel dan masseren. Heel langzaam en secuur. Ik kon nergens heen. Ondertussen keek hij broeierig naar boven. “Eigenlijk houd ik van jongens”, fluisterde hij tijdens een van de voorstellingen en toen was mijn verwarring compleet. Hij heeft nooit mijn achternaam geweten en of ik nog broers en zussen had. Daar vroeg hij ook niet naar. Er was enkel die uitnodiging om samen met hem rond te zwelgen in die rare surrogaat-intimiteit die ‘erbij schijnt te horen’. Die ‘absoluut noodzakelijk is voor een waarachtig resultaat’, beweren velen zelfs stellig.
Met deze knaap heb ik nooit meer contact. We gaan nooit naar elkaars voorstellingen.
Dat wist ik al achter de pilaar.
Tijdens een andere locatievoorstelling (ja, ik heb wat afgebibberd voor de kunst) moest ik hand in hand met mijn toneelgeliefde een veld in verdwijnen, heel lang en ver. Toen we al een aardig eind op weg waren, keek hij me opeens diep in de ogen en zei; “wat een mooie maan vanavond, hè”.
“Guus, de mensen horen helemaal niet wat we zeggen. We kunnen het over gewone dingen hebben”, bitste ik terug.
Misschien denkt u nu dat ik bovenstaande situaties schets om er lekker mee te koketteren dat mijn tegenspelers altijd een zwak voor me hadden. Was dat het maar. Dat was tenminste nog een eerlijke emotie geweest, al was ze dan gebaseerd op een tragisch misverstand.
Maar nee, het is het zwelgen in een cultuurverschijnsel, een mechanisme wat voortkomt uit misschien wel de aard van de beestjes en daarbij opgeteld niet zelden het stimuleren hiervan door de regisseur. Zelfs voor tien seconden reclame heb ik eens een hele dag in het park lopen doen alsof ik mijn reclame-man al jaren kende, met leuke man-vrouwgesprekjes, aanminnige blikken en natuurlijk ook wat light-geknuffel. De regisseur was enthousiast. Hij geloofde ons. Er zat uiteindelijk geen enkel shot met ons samen in de reclame; er werd namelijk alleen getelefoneerd.
Laatste voorbeeld. Ik zat eens bij de grime, om in een politieserie “mijn dochter doet zoiets niet” te komen zeggen. Naast mij zat een bejaarde actrice, die ook iets bondigs kwam doen.
Binnen tien minuten wist ik dat zij vijf abortussen had gehad. Voordat ze kon vertellen hoe en door wie ze verwekt waren werd ze weggeroepen om haar zin te gaan opnemen.
Ik wist niet hoe ze heette. Zij wist niet hoe ik heette. Ze ging ook niet mijn moeder spelen, dus die vermeende noodzaak tot snelkook-intimiteit was er ook niet.
Toen ik haar de week erop op straat tegenkwam, herkende ze me niet.

Leuke column!
Wachtend op de bus die ons weer naar de boot on Nes zal brengen, zittend bij de openhaard van cafe nobel ( een aanrader) las ik je colum. Erg leuk! mooie website ook, groetjes Arnoud ( met thy aan mijn zijde, niet vluchtig maar al 26 jaar…:) )
leuke kolom Mirjam!
Hoi Miriam, lang niet gesproken….
Leuk verhaal. Vreemd om na een hele tijd iets van je te lezen.Tot horens? Robert